Op een kwade dag wordt de zevenjarige Adriaan seksueel misbruikt door de buurman van een paar huizen verderop. Laat mij je in vogelvlucht meenemen door het leven van Adriaan.

Adriaan woont met zijn zusje en ouders in een mooi landelijk dorpje ergens in het noorden van Nederland. Het huis waar hij woont heeft een prachtige tuin met een enorme boomhut, waar de kinderen na school vaak met vriendjes en vriendinnetjes spelen. Moeder komt dan met limonade en koekjes, de kinderen smullen ervan in de hut. Adriaan is een leuk en vrolijk ventje, hij doet het goed op school, is nieuwsgierig en stelt graag en veel vragen. Soms tot wanhoop van zijn ouders, Adriaan is bijzonder levendig en geïnteresseerd in alles wat hij tegenkomt.

We gaan er even van uit dat Adriaan tegen niemand iets vertelt over wat er is gebeurd met de buurman van een paar huizen verderop, want zo gaat dat helaas in de meeste gevallen.

De aardverschuiving

Vanaf het allereerste moment in het misbruik is Adriaan geen gewoon kind meer, hij heeft iets meegemaakt wat kinderen niet horen mee te maken, hij is een soort “nep volwassene” geworden. Hij hoort er niet meer bij. Er staat een groot, schokkend en onuitspreekbaar geheim tussen hem en zijn vriendjes, ouders en zusje in. Het is verwoestend voor de ontwikkeling van een jong kind om te ervaren dat volwassenen die hij tot dusver heeft vertrouwd, in staat zijn tot een overval op zijn lichaam met seksuele daden die nog helemaal niet in zijn belevingswereld passen. De veiligheid in zijn leven wordt onveilig, daar begint de omkering. Adriaan heeft gemerkt dat zijn lijfje reageerde op de aanrakingen van de buurman. Hij verbindt op dat moment de lichamelijke sensaties van de seksuele handelingen met de shock waarin hij terecht komt tijdens het misbruik. Ook zuigt hij de beelden van een seksueel opgewonden volwassen man in zich op. Adriaan is hartstikke in de war en kan niet meer slapen, speelt niet meer in de boomhut en wordt van een vrolijk kereltje een stil en teruggetrokken kind.

Slap aftreksel

Adriaan slaagt erin op te groeien en hij heeft met redelijk goed gevolg zijn opleiding afgerond. Hij is leraar biologie geworden omdat hij iets moest kiezen, eigenlijk wist hij nooit wat hij wilde. Hij was goed in biologie dus hij deed dan maar wat zijn ouders en leraren van hem verwachtten. Nee zeggen kan hij niet, maar echt ja ook niet. Nooit vindt hij iets echt leuk of de moeite waard. Vrolijk en spontaan is hij nooit meer geworden. Hij heeft zich ontwikkeld tot een wat stille, teruggetrokken man die niet zegt wat hij te zeggen heeft. Dat durft hij niet, als hij het toch probeert of als er van hem verwacht wordt dat hij iets zegt, dan blijven de woorden steken in zijn keel en lijkt het of hij stikt. Hij heeft zelfs een periode gestotterd.

Ook voelt hij zich altijd somber, Adriaan beschrijft het als een soort bewolkt gevoel, alsof de zon nooit doorbreekt, je ziet en weet dat de zonnestralen er zijn en je kan er net niet bij. Je zou kunnen zeggen dat Adriaan als mens nooit tot bloei is gekomen. Hij is een slap aftreksel geworden van wie hij had kunnen zijn.

Seksuele verwarring, de imprint die niet van Adriaan is

En dan is er nog zo’n knagend probleem waar hij maar niet uitkomt. Tijdens een stage voor zijn opleiding tot leraar, had hij in de klas een jongetje gezien waar hij zich op een bijzondere manier toe aangetrokken voelde. Hier heeft hij weken niet van kunnen slapen. Het leek wel een soort van verliefdheid te zijn, al weet hij ook niet zo goed wat dat is. Wat een ellende, hij zal toch geen pedofiel zijn? Hij schrikt van zijn eigen gedachten, een pedofiel dat is toch altijd die enge man in de bosjes? Om nog te kunnen slapen drinkt hij inmiddels iedere avond een paar glazen wodka. Het jongetje wil hij niet zien, gelukkig is het een korte stageperiode.

Adriaan heeft wel eens een vriendin gehad, maar dat verliep allemaal niet zo soepel. Zij kwam uit een hele lastige situatie wist hij, ze heeft op straat gezworven toen ze een tiener was en hij kon er niet zo goed achter komen hoe dat nu allemaal zo gekomen was. Adriaan had ontzettend veel lol met haar maar op de een of andere manier leek het altijd op problemen uit te draaien. En seksueel wilde het ook maar niet lukken, misschien viel hij wel op mannen? Seks met mannen heeft altijd een sterke aantrekkingskracht op Adriaan uitgeoefend en ook dat heeft hij uitgeprobeerd. Steeds weer trok hij een bepaald type man aan. Die lijkt dan in eerste instantie heel aantrekkelijk, maar na een tijdje komt het erop neer dat deze man misbruik van hem maakt.

Etiketteringsdrift binnen de GGZ

Omdat Adriaan inmiddels allerlei onverklaarbare lichamelijke klachten heeft en ontzettend moe is gaat hij naar de huisarts. Daar krijgt hij antidepressiva voorgeschreven en het advies om eens met de psycholoog te gaan praten. Adriaan doet altijd netjes wat er van hem gevraagd wordt, hij maakt een afspraak en wacht maandenlang geduldig tot hij aan de beurt is. Als hij dan eindelijk een afspraak heeft wordt hij woedend wanneer deze afgezegd wordt, hij is in staat de receptioniste door de telefoon te trekken. Wanneer hij een paar weken later alsnog bij de psycholoog op zijn afspraak verschijnt schaamt hij zich nog voor zijn uitbarsting, hij snapt werkelijk niet waarom hij soms zo in razernij terecht komt. De psycholoog constateert een burn-out, depressieve klachten, een slaapstoornis, verslavingsproblematiek en een agressieve gedragsstoornis. Adriaan vertelt dat hij deze woede uitbarstingen al vanaf ongeveer zijn zevende jaar heeft. En steeds hetzelfde patroon, eerst zegt hij heel lang niets en plotseling kan hij ontzettend boos worden. Dat heeft er al eens voor gezorgd dat hij door zijn werkgever naar huis werd gestuurd met het advies eens goed uit te rusten.

Dan ineens vertelt Adriaan iets over zijn puberteit, hij herinnert zich dat hij enorm gevaarlijke dingen heeft gedaan, hij zocht het gevaar op en weet zelf niet waarom hij dat deed. Je zou kunnen zeggen dat het een flirten met de dood is geweest. Hij weet nog dat zijn ouders ontzettend bezorgd over hem waren, daar voelde hij zich dan weer schuldig over. Dat schuldgevoel kent hij trouwens erg goed, dat heeft hij eigenlijk altijd en overal.

Het valt de psycholoog op dat Adriaan makkelijk vertrekt tijdens het gesprek, hij dissocieert. Zou er iets gebeurd zijn vraagt zij zich hardop af, een trauma? “Nee hoor, ik heb een fijne jeugd gehad” zegt Adriaan. Zijn ouders zijn wel gescheiden, ongeveer toen hij 6 jaar oud was. Hij herinnert zich vaag dat er thuis veel ruzie was en dat zijn moeder ineens hele dagen moest gaan werken, zijn vader zag hij niet zo heel vaak meer. Verder was er niets aan de hand. Adriaan vertelt nog iets over zijn ouderlijk huis, zijn zusje, de tuin en de boomhut, hij kan de koekjes van zijn moeder nog proeven.

En zo kan het gebeuren dat Adriaan met talloze etiketten in de geestelijke gezondheidszorg dwaalt, steeds ronddraaiend om hetzelfde probleem wat door niemand wordt gezien. Ook niet door Adriaan, die heeft de ervaring van het misbruik diep weggestopt onder een laag schuld en schaamte, daarna nog eens extra goed verpakt in een geheim. Hij heeft geen idee dat de problemen waar hij tegenaan loopt veroorzaakt worden door het seksueel misbruik in zijn jeugd.

Traumaseksualiteit

De DSM voorziet in allerlei symptomen die afgevinkt kunnen worden als het gaat om traumaseksualiteit, want dat is waar Adriaan werkelijk aan lijdt.

Ik zie in mijn praktijk heel veel cliënten die gediagnosticeerd zijn met angststoornissen, depressieve stoornissen, een burn-out, dissociatieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, verslavingen, eetstoornissen en trauma- en stressorgerelateerde stoornissen waarvan ik PTSS het meeste hoor. Bij deze laatste merk ik op dat het bij seksueel misbruik om een seksueel PTSS gaat.

Het verhaal van Adriaan heb ik natuurlijk verzonnen en er zijn zeer veel variaties op dit thema denkbaar, ik zou er zo nog 100 kunnen schrijven. Zoals ik hierboven aangeef, zijn er op de gevolgen van de schade die seksueel misbruik in de kindertijd veroorzaakt, veel stoornis-etiketten te plakken. Maar nooit is het een goede match, er is namelijk iets anders aan de hand. Iemand die in de kindertijd seksueel is misbruikt lijdt aan een psychische dwarslaesie en traumaseksualiteit. Als men de bovengenoemde stoornissen gaat behandelen komt je niet tot de wortel van het probleem, de angel wordt er niet uitgehaald, dus het zal altijd blijven woekeren.

Ik pleit voor een andere benadering van het trauma seksueel misbruik in de kindertijd. Het verdient een eigen plek in ons zorgsysteem, zodat wij niet langer ernstig getraumatiseerde mensen loslaten in de maatschappij, waar hen een eenzaam en problematisch leven te wachten staat.