Tien mensen zitten op een overdekt terras, wij wachten op Picasso. Geweldig denk ik, Picasso intrigeert mij. Ik heb hem door de jaren heen bestudeerd en mij vaak verbaasd over de bizarre erfenis aan menselijke puinhoop die hij heeft achtergelaten. Ik krijg daar een beeld bij van een berg mensen die over elkaar heen vallen, kinderen die elkaar niet kennen en vechten om de naam van hun vader, moeders die zelfmoord plegen, en niet te vergeten de ellendige strijd over de erfenis. Ook dit behoort tot zijn nalatenschap, naast de prachtige kunstwerken.

De voorstelling is bijzonder en het raakt me. Het begint met een woedende Picasso, hij kan het niet verdragen dat de 40 jaar jongere Francoise, als enige van al zijn vrouwen, hem heeft verlaten. Ik krijg een beeld van Picasso zoals ik mij dat altijd had voorgesteld, hij komt tot leven in de tuin voor mij, die dienstdoet als theater.

En dan is de voorstelling afgelopen, Picasso wordt bedankt, iemand wil zijn voorstelling promoten, men roept hem vol bewondering alle lof toe, hij krijgt ook knuffels op afstand en ineens weet iedereen wel iets over Picasso wat gezegd moet worden. En wat er dan, vlak na de voorstelling gebeurt is iets wat ik goed ken, de beweging naar achteren.

De woorden blijven steken in mijn keel

Dat juist ik niets zeg is opmerkelijk. Woorden blijven steken in mijn keel en ik voel mij steeds jonger worden. Niet een 56-jarige vrouw maar een jong meisje zit daar tussen het publiek, klappend voor Picasso. Alsof er iets tussen mij en de wereld in staat, alsof wat ik te zeggen heb niet gehoord wordt, alsof ik een uitnodiging nodig heb om mijzelf te laten horen.

Verdomd, het gebeurt mij dus ook weer. De schade van het misbruik toont zich wederom in alle glorie, in oude glorie hersteld, hier in het tuintheater. Totaal onverwacht donder ik die trap af en kan ik beginnen met mijzelf weer op te rapen.

Of toch niet? Is dit misschien wie ik werkelijk ben, in stilte kunnen genieten. Niet hard hoeven roepen en niet per se alles willen delen. Ben ik van nature misschien een introvert? Ik heb gewoon niet altijd zin in praten of een gesprek. Vind ik veel ook gewoon niet interessant en doe ik liever mijn mond open voor zaken die ik wel de moeite waard vind? En was de uitbundige, spontane niet te stoppen vrouw van jaren terug juist een uiting van het trauma? De grenzeloosheid, moedig vooruit alleen maar omdat er nooit een weg terug was? Omdat nu eenmaal alles opgevuld moest om de leegte in mijzelf niet te hoeven voelen?

Wie ben ik eigenlijk?

Nu het lege toneel voor mij ligt, is het aan mij het in te vullen. Waar ga ik mijn leven mee vullen, wat heeft zin en geeft betekenis aan mijn leven? Waar hou ik van, wie ben ik? Dat is wat ik te doen heb. Na zoveel jaren geregeerd door het trauma, kom ik eindelijk op het punt dat ik vrij ben. Maar is dat wel werkelijk zo, hoe vrij is die vrijheid uiteindelijk?

De weg terug in drie stappen

Inmiddels heb ik geleerd om niet meer helemaal samen te vallen met dat meisje bij wie ooit de mond gesnoerd werd. Ik herken nu de schade en weet altijd de weg weer terug met duidelijke, te nemen stappen.

Voor de eerste stap is het van belang dat ik doorheb wanneer ik mij inhoud. Dit gaat over het soort terughouden wat geen vrije keuze is en dat kan ik voelen aan een onrust die overgaat in vernietigende gedachten over mijn plaats in de groep, er is voor mij geen plaats. Als ik niet uitkijk dan heb ik zelfs helemaal geen bestaansrecht meer, het is dus opletten geblazen. Deze gedachten, die voor iedereen anders kunnen zijn, gaan gepaard met een intense eenzaamheid. Bijna niet te verdragen.

De volgende stap die ik te zetten heb is het aankijken en voelen van de pijn en het verdriet, dat is een lastige die ik graag oversla. De ervaring leert dat deze niet overgeslagen kan worden, het haalt je op den duur in. Geen ontkomen aan. Dus luister ik naar het kind in mij die ik zoveel jaren van mij af heb geduwd. Nog altijd kan ik verbaasd zijn over wat zij mij vertelt, gebeurtenissen en gevoelens die ik vergeten was, diep weggestopt wachtend op een streepje licht. Dan zijn er nog de restjes van de daderstem in mij, die mij bijvoorbeeld vertelt dat ik lelijk ben of die ervoor zorgt dat ik mijn lijf altijd met een bepaald ongemak van een afstand waarneem? Zo kan er weer een hele ontdekkingstocht in gang gezet worden wanneer ik mijzelf daar onderaan die trap vind waar ik zojuist keihard ben afgedonderd!

De laatste stap bestaat uit opnieuw contact maken met de buitenwereld, dat kan op ieder gewenst moment. En gelukkig duurt dit geen weken of maanden meer zoals dat vroeger het geval was. Ik ben inmiddels bedreven in het opvegen van mijn kapotgeslagen delen. Het mooiste is het wanneer er niet veel tijd zit tussen vallen en opstaan. Ik maak opnieuw contact en dat kan op verschillende manieren: een vraag, een glimlach, een aanraking, een opmerking of een stukje schrijven over Picasso en dat voorlezen aan de groep schrijvers die de voorstelling van Picasso ook hebben gezien. Het moet wel iets zijn wat oprecht vanuit mijzelf komt, anders werkt het niet. Dit illustreert de noodzaak van de verbinding met het authentieke deel in mijzelf, dat deel wat verdeeld en zoek is geraakt in het seksueel misbruik. Alle zoekgeraakte delen in mijzelf moeten weer opgehaald, ik heb ze nodig om mij te kunnen verbinden met de ander.

En zo hard moet ik dus werken, om te kunnen blijven, om aangesloten te blijven, om mee te kunnen doen en mijn plaats tussen de mensen in te nemen. En gelukkig ken ik nu het spel en de regels. Ik ben traumatherapeut en dat betekent niet dat ik nooit meer van de trap donder!